

Dementie is een ingewikkeld en ingrijpend ziektebeeld. Het gaat gepaard met geheugenverlies, lichamelijke gebreken en gedrags- en karakterverandering. Deze verschijnselen beïnvloeden de kwaliteit van leven, niet alleen van betrokkenen zelf, maar ook van familieleden, vrienden en bekenden.
Wat veel mensen niet weten, is dat mensen met dementie ook nog van alles kunnen leren. Dit lerend vermogen van mensen met dementie kan helaas het verslechteringproces niet omkeren of tegenhouden. Wel kan het lerend vermogen ertoe bijdragen dat het ziekteproces hanteerbaarder wordt en de kwaliteit van leven van alle betrokkenen toeneemt.
Dit leren gaat wel anders dan bij mensen zonder dementie. Deskundigen hebben het vooral over ‘foutloos leren’. Oftewel, aansluiten bij het reeds bestaande gedragsrepertoire, kleine stapjes maken, consequent de juist benodigde hulp bieden, continue voordoen hoe iets wel kan en het vermijden van fouten staan centraal bij het leren van mensen met dementie. Ook het 'afleren' van probleemgedrag is vaak mogelijk, maar vraagt wel om een gestructureerde en doelbewuste aanpak. Het lerend vermogen blijkt in alle fasen van het ziekteproces nog aanwezig te zijn, waarbij natuurlijk wel rekening moet worden gehouden met die desbetreffende fase.
Omdat vrijwel alle familieleden en zorgverleners niet weten dat mensen met dementie nog een lerend vermogen hebben, zijn zij sterk geneigd om veel handelingen uit handen te nemen en over te nemen. Maar dat is lang niet altijd nodig. Door gebruik te maken van het lerend vermogen hoeven zij dit minder te doen. Dat scheelt hun werk en belasting, en levert de persoon met dementie veel meer eigenwaarde op.
Enkele concrete voorbeelden van de effecten van het lerend vermogen zijn:
- Mensen met dementie kunnen meer moderne hulpmiddelen bedienen dan gedacht wordt. Hierdoor kunnen zij langer zelfstandig blijven functioneren.
- Door bijvoorbeeld regelmatig een vaste route te lopen en die aan te leren, kunnen mensen met dementie langer zelfstandig buiten blijven wandelen.
- Probleemgedrag van mensen met dementie kan deels voorkomen worden, door het aanleren van nieuwe gewoontes/gedrag.
- Zelfredzaamheid neemt toe, doordat meer dagelijkse handelingen weer door de dementerende zelf gedaan kunnen worden.
